Een nobel doel is geen blanco cheque

Achthonderdduizend euro voor publieke communicatie roept meer vragen op dan alleen die over de prijs. Wie beslist over dit belastinggeld, hoe worden zulke opdrachten verantwoord en wat gebeurt er wanneer transparantie en politieke verantwoordelijkheid verdwijnen?

Share
Een nobel doel is geen blanco cheque
Niet de microfoon, maar de verantwoording ontbreekt: wat koopt de overheid precies voor €800.000?

Wat 800.000 euro voor Het Wassalon onthult over publieke uitgaven en financiële verantwoordelijkheid

Het Wassalon, een videopodcast en gelijkekansencampagne van het Agentschap Binnenlands Bestuur over ‘jezelf kunnen zijn’, heeft vragen opgeroepen over doelmatigheid, kostprijs en politieke verantwoordelijkheid. De eerste campagnegolf draait rond LGBTQI+-rechten. Laat daar geen misverstand over bestaan: intimidatie, homofobie, discriminatie en de onveiligheid die LGBTQI+-jongeren ervaren, zijn reële problemen. De overheid mag daartegen optreden en sensibiliseren. Niet het doel staat ter discussie, maar de keuze van het instrument, de kostprijs en de aantoonbare meerwaarde.

Precies daarom zijn de vragen legitiem. Bestond er werkelijk een inhoudelijke leemte? Welke doelgroep wordt met deze podcast bereikt die niet al wordt bediend door de VRT, scholen, Çavaria en talloze Nederlandstalige en internationale podcasts? Waarom moest de overheid zelf nieuwe content laten ontwikkelen, in plaats van bestaand materiaal te selecteren, te vertalen, te verspreiden of gerichter te ondersteunen? Een nobel doel is geen blanco cheque.

Voor de driejarige campagne, met twee campagnegolven per jaar, wordt 800.000 euro uitgetrokken voor creatie en productie. Het bedrag slaat dus niet alleen op de eerste vier afleveringen. Toch ontbreekt een heldere publieke uitsplitsing: hoeveel gaat naar redactie, opname, video, promotie, distributie, onderzoek, vertaling en evaluatie?

Een professionele podcast hoeft geen vrijwilligersproject te zijn. Maar voor 800.000 euro mag men een uitzonderlijk grondig uitgewerkte campagne verwachten: met degelijke research, meertalige verspreiding, bruikbaar lesmateriaal, een sterke distributiestrategie en vooral meetbare impact. Zonder die onderbouwing dreigt het project een duur communicatie-instrument te worden waarvan de maatschappelijke meerwaarde niet overtuigend kan worden aangetoond.

De verdediging van minister Caroline Gennez stelde dan ook teleur. Zij toonde aan dat sensibilisering formeel binnen haar bevoegdheid valt, maar niet waarom juist deze campagne noodzakelijk, aanvullend en kosteneffectief is. In plaats daarvan verschoof ze het debat gedeeltelijk van de doelmatigheid van één uitgave naar de morele noodzaak van het gelijkekansenbeleid als geheel. Dat is een valse tegenstelling. Wie LGBTQI+-rechten krachtig verdedigt, hoeft daarom niet ieder communicatieconcept of ieder prijskaartje te aanvaarden. Integendeel: slecht gerichte of verspillende campagnes geven munitie aan wie het gelijkekansenbeleid zelf wil discrediteren.

Daar komt een bekend bestuurlijk probleem bovenop. Vooraf werden geen concrete, publiek controleerbare doelstellingen gepresenteerd voor bereik, gebruik in scholen, uitkijk- of uitluisterpercentages, houdingsverandering of kostprijs per bereikte persoon. De minister beloofde monitoring en evaluatie na iedere campagnegolf. Zij verduidelijkte achteraf dat in september, zodra alle bereikcijfers beschikbaar zijn, een evaluatie volgt. Dat is relevant, maar bereik is nog geen impact. Kijk- en luistercijfers tonen niet automatisch aan dat attitudes veranderen, dat scholen het materiaal daadwerkelijk gebruiken of dat deze aanpak kosteneffectiever is dan bestaande alternatieven.

Evalueren nadat een contract is gesloten, is bovendien niet hetzelfde als vooraf aantonen welke resultaten men voor 800.000 euro wil kopen. Een positief advies van de Inspectie van Financiën bewijst dat een uitgave de procedurele en budgettaire toets heeft doorstaan. Het bewijst niet dat dit de beste besteding van het beschikbare geld is.

Het dossier staat bovendien niet op zichzelf. Vlaamse overheidsdiensten lieten de voorbije jaren podcasts en communicatieproducten maken over topvrouwen, de stad na corona, maatschappelijk verantwoord ondernemen, wetenschap en de eiwitshift. Elk project kan afzonderlijk sympathiek of verdedigbaar lijken. De optelsom legt echter een overheid bloot die graag zendt, formats bestelt en campagnes lanceert, maar veel minder overtuigend aantoont welk maatschappelijk effect daarmee wordt bereikt.

Het ontbreekt aan een centrale noodzakelijkheidstoets. Bestaat de inhoud al? Is de overheid de geschikte producent? Welk bestuursniveau is bevoegd? Welke alternatieven werden onderzocht? En wat levert iedere bestede euro aantoonbaar op?

Daarmee komen we bij het grotere probleem: de Belgische financierings- en bevoegdheidsstructuur. Het probleem is niet dat één campagne rechtstreeks geld wegneemt van de politie, justitie of de pensioenen. Het probleem is dat bevoegdheden, inkomsten en politieke verantwoordelijkheid in België zo sterk van elkaar zijn losgekoppeld dat ieder beleidsniveau bijkomende uitgaven kan verdedigen zonder de volledige afweging tegenover de gezamenlijke publieke middelen te moeten maken.

Het federale niveau draagt de zwaarste systeemverantwoordelijkheden: de sociale zekerheid en pensioenen, justitie, defensie, buitenlandse zaken en een belangrijk deel van het veiligheidsbeleid. Juist daar worden burgers geconfronteerd met hervormingen, besparingen, personeelstekorten en instellingen die hun kerntaken steeds moeilijker kunnen uitvoeren. Het Rekenhof wees eerder bijvoorbeeld op structurele onderfinanciering bij de Federale Politie.

Dan wordt het politiek en moreel moeilijk om aan burgers uit te leggen dat sociale rechten, pensioenen of essentiële diensten moeten inleveren, terwijl elders honderdduizenden euro’s beschikbaar blijven voor communicatieprojecten waarvan nut en impact niet vooraf zijn aangetoond.

Dat betekent niet dat Vlaanderen financieel gezond is. Integendeel: de Vlaamse begroting vertoont in 2026 opnieuw een tekort en bij ongewijzigd beleid zou de geconsolideerde schuld stijgen van 55,6 miljard euro in 2026 tot 74,6 miljard euro in 2030. Een overheid kan tegelijk schulden opbouwen én te veel geld uitgeven aan niet-essentiële projecten. De automatische en grotendeels formulegestuurde geldstromen uit de Bijzondere Financieringswet verminderen bovendien de onmiddellijke druk om iedere bijkomende uitgave rechtstreeks tegenover eigen inkomsten en meetbare resultaten te plaatsen.

Daarom hebben we geen volgende ronde institutionele slogans nodig, maar een ernstig kerntakendebat. Welke taken zijn essentieel? Op welk niveau worden ze het doelmatigst uitgevoerd? Welke middelen horen daarbij? En wie legt verantwoording af voor de resultaten? Herfederalisering mag daarbij evenmin een taboe zijn als decentralisering. Functioneel Federalisme betekent dat de structuur het beleid volgt: bevoegdheid, financiering en verantwoordelijkheid moeten opnieuw bij elkaar worden gebracht.

Pas daarna is een geloofwaardig debat over meer fiscale autonomie mogelijk. Niet als vrijbrief om nog meer parallel beleid en politieke hobby’s te financieren, maar als onderdeel van een systeem waarin ieder niveau verantwoordelijkheid draagt voor zowel zijn inkomsten als zijn uitgaven.

De besparing van 800.000 euro zal het Belgische begrotingstekort niet oplossen. Maar het bedrag is wél een test van bestuurlijke ernst. Wie miljarden wil besparen op essentiële voorzieningen, moet eerst aantonen dat hij geen honderdduizenden euro’s besteedt aan beleid dat niet essentieel, niet aanvullend en niet meetbaar is.

Deze case past in een breder probleem waarop het Rekenhof al meermaals heeft gewezen: Vlaamse beleidsdoelstellingen worden vaak te vrijblijvend en te weinig meetbaar geformuleerd, waardoor moeilijk kan worden nagegaan welke resultaten met publieke middelen zijn bereikt.

Dat is niet alleen een kwestie van goed bestuur, maar ook van democratische verantwoording. Een overheid die haar keuzes en uitgaven niet helder kan uitleggen, creëert zelf het wantrouwen dat ze vervolgens zegt te willen bestrijden. Transparantie is daarom geen administratief detail, maar een voorwaarde voor het draagvlak en de legitimiteit van beleid.

Dit artikel maakt deel uit van The Ways of Money, een reeks over hoe overheden publiek geld besteden - en hoe moeilijk het soms is om verantwoordelijkheid te vinden wanneer de rekening wordt gepresenteerd.